Een rekentool voor duurzaam onderhoud


26 januari 2011
Dennis Rutges, Rutges vernieuwt!

Duurzaamheid van gebouwen staat hoog op de maatschappelijke agenda. Maar hoe duurzaam is nu het onderhoud geregeld? Op welke manier kan er een milieutechnische vergelijking van onderhoudsscenario’s uitgevoerd worden voor verschillende bouw- en installatiedelen? Bestaande duurzaamheidslabels (bijvoorbeeld BREEAM, GPR en Greencalc) zijn te breed van karakter (veel thema’s) en op het onderdeel van onderhoud te beperkt.

Een aantal woningcorporaties en onderhoudsbedrijven ontwikkelen samen met OTB en W/E Adviseurs een ‘rekentool duurzaamheid’, waarmee de milieueffecten van onderhoudsscenario’s voor de gehele schil van woningen worden berekend. Als basis voor deze tool diende een door W/E Adviseurs ontwikkeld prototype. Onderhoudsbedrijven en woningcorporaties kunnen aan de hand van de rekentool de milieubelasting van onderhoudsscenario’s doorrekenen en een keuze maken voor een onderhoudsscenario.

Voorwaarde voor een succesvolle implementatie en verdere ontwikkeling van een dergelijk instrument is, dat de onderliggende data en rekenmethoden breed geaccepteerd zijn. Voor de milieueffecten van de afzonderlijke materialen en processen wordt gebruik gemaakt van nationale en internationale databases, aangevuld met gegevens uit de literatuur en met productiegegevens van fabrikanten. Deze zijn – waar nodig – aangepast naar de Nederlandse productie- en bouwpraktijk. ‘Duurzaam’ kent een aantal dimensies: energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Bij het planmatig onderhoud waarvoor het instrument wordt ontwikkeld, wordt ingezoomd op milieu en worden tien milieueffecten ‘meegenomen’. Met behulp van weegfactoren is het mogelijk om de scores voor deze tien milieueffecten te aggregeren tot één milieumaat, de zogenoemde schaduwprijs. De schaduwprijs is als het ware het hoogst toelaatbare kostenniveau per eenheid emissiebestrijding.

De invoer van materialen, energiegebruik en transport wordt op de volgende wijze gerealiseerd:

  • De rekentool ondersteunt de invoer per onderdeel van het onderhoudsscenario, per bouwdeel en per onderhoudsactiviteit;
  • Gegevens over het startjaar, cycli en bewerkingshoeveelheden van de onderhoudsactiviteiten kunnen apart worden ingevuld per scenario;
  • De materialen, producten, energiegebruik en transport per onderhoudsactiviteit kunnen uit een lijst worden geselecteerd;
  • Waar mogelijk kan met standaardwaarden voor materiaal-, en productkeuzes, hoeveelheden, cycli en transport worden gewerkt. Deze kunnen door het onderhoudsbedrijf naar eigen inzicht worden aangepast.

De milieueffecten van de onderhoudsscenario’s worden op een eenvoudige en overzichtelijke manier gepresenteerd:

  • Enkele score, waarin de verschillende milieueffecten worden gewogen en gecombineerd voor een milieuscenario (schaduwprijs);
  • Scores voor enkele (gecombineerde) milieueffecten zoals klimaatverandering, energieverbruik en toxiciteiten. Deze combinaties van milieueffecten kunnen aansluiten op beleidsthema’s van woningcorporaties.
  • Scores per milieueffect; dit geeft gedetailleerde informatie over de milieubelasting van de onderhoudsscenario’s.

Bovengenoemde scoreniveaus worden gepresenteerd:

  • per onderhoudsscenario;
  • per onderdeel van een onderhoudsscenario;
  • per onderhoudsactiviteit;
  • op materiaal- of bouwdeelniveau.

Op deze manier kan inzichtelijk worden gemaakt welk onderdeel van een onderhouds-scenario het zwaarste scoort. Het schakelen tussen de verschillende detailniveaus gebeurt op eenvoudige wijze door aan de verschillende knoppen in de rekentool te draaien of door bepaalde onderdelen in een scoretabel aan te klikken.

De behoefte aan het niveau van de resultaten varieert. Voor strategische beslissingen volstaat het hoogste niveau, de totale milieu-impact per scenario. Voor de optimalisatie is inzicht op detailniveau nodig. Welk deel van het onderhoudsscenario veroorzaakt welk deel van de score?. Niet alleen onderhoudsscenario’s kunnen op deze wijze worden doorgerekend. Ook vanuit de invalshoek van ‘duurzaam inkopen’ kan deze systematiek worden gehanteerd.

De presentatie van Dennis Rutges werd afgesloten met een aantal stellingen.

In verschillende groepen volgde een drukke discussie, die bij de plenaire terugkoppeling voor een grote ‘levendigheid’ zorgde.

Stelling 1:
Kiezen voor duurzaamheid is alleen echt duurzaam als het financieel meer rendement oplevert dan andere keuzes.

We moeten dus gewoon kosten besparen.

Stelling 2:
Er is een direct verband tussen duurzaamheid en kosten.

Hoe lager de kosten, hoe beter de duurzaamheidprestatie.

Stelling 3:
Energiebesparende maatregelen leiden tot meer milieubelasting.

We zoeken eigenlijk een andere brandstof.

Stelling 4:
De esthetische eisen die in Nederland aan onderhoud van gebouwen worden gesteld zijn verre van duurzaam.

Welvaart is dus belangrijker dan duurzaamheid.